Paradijselijke oorden

Net als een groot deel van de wereld vandaag de dag, was ook Cuba ooit afhankelijk van de invoer van voedsel en chemisch-intensieve landbouw om de mensen te voeden. Echter nadat het eigenzinnige maar trotse eilandje werd afgesneden van de rest van de wereld, nam het volk het heft in eigen handen om te kunnen overleven. In korte tijd ontstonden er in de grote en kleine steden succesvolle stadstuintjes; inmiddels uitgegroeid tot meer dan 60.000 biologische 'volkstuinen' die tot tachtig procent van het stedelijk voedsel produceren.


Het gevolg is dat de steden mooier en leefbaarder zijn geworden en de bewoners er biologisch voedsel eten. Door de kleinschalige, eerlijke productie werden de steden schoner, de inwoners gezonder en bewuster en de producten zonder subsidie betaalbaar.


Aan de andere kant van de wereld is er de laatste jaren ook succesvol gewerkt aan een lokaal project ter verbetering van de welvaart en het welzijn van de bevolking. Het zuidelijke puntje van Kerala in India was al jarenlang een favoriete vakantiebestemming van strandgangers. In de jaren negentig dreigde dit paradijselijke oord ten onder te gaan aan de vervuiling ten gevolge van de bevolkingsgroei en op afval en verspilling gebaseerde snel groeiende economie. Maar de bevolking en de ondernemers kwamen in verzet.


Wat begon als een protest tegen een vervuilende afvalcentrale groeide uit tot een zero waste-beweging die met oplossingen kwam, waardoor de verbrandingsoven overbodig zou worden. Het werd bekend als het 'Zero Waste Kovalam'-project en heeft internationale erkenning. Want het gebied is inmiddels niet alleen hersteld tot een prachtige strandbestemming maar is ook het voorbeeld van duurzame groei door verspilling te verbannen uit de lokale samenleving.

18 juni 2012 - Ruud Koornstra - telegraaf columns
« terug